Golf van emoties in Amman

Begrafenis van Khader een Zwarte September


AMMAN - De begrafenis van de in Brussel vermoorde Palestijnse leider NaÔm Khader, is in de Jordaanse hoofdstad kompleet uit de hand gelopen. Er werd geduwd en getrokken, geroepen, geschreeuwd en getierd in de kerk waar een tiental priesters de begrafenis celebreerden. Palestijnen wierpen zich op de lijkkist in het koor. Strijdliederen overstemden de liturgische gezangen. Slogans die sedert de Zwarte September-dagen van 1970 niet meer werden gehoord in Amman, weerklonken tijdens de rouwdienst in de kerk en buiten op straat.

In Brussel liep het afscheid uit op een politiek geladen demonstratie van Palestijnse strijdbaarheid. In de Libanese hoofdstad Beiroet was de uitvaart een militaire plechtigheid en in Amman kreeg de begrafenis een zwaar geladen emotionele betekenis.

De meeste familie van Khader woont immers in JordaniŽ, waar ook het grootste aantal Palestijnen is gevestigd. Als nergens anders was hier het verdriet voelbaar en kreeg de moord op de direkteur van het Brusselse PLO-bureau zijn volle, tragische betekenis.

De explosie van de samengebalde emotie en gevoelens kwam nadat Bernadette Khader, de Belgische weduwe van de vermoorde PLO-direkteur, de menigte in de kerk had toegesproken. Het was dezelfde kerk waarin ze zeven jaar geleden was getrouwd, een katolieke kerk, met oude kruisvaardersmotieven aan de wanden en schilderijen die omkranst waren met brandende lampjes. In het koor zaten een tiental priesters, van verschillende ritussen, met paarse, witte, grijze of zwarte soutanes, sommigen met hoofddeksels die de Ortodoxe of Oosterse herkomst verraadden.

Vůůr het hoogkoor stond de lijkkist, opnieuw behangen met de Palestijnse vlag en daarrond een eenvoudige erewacht van Jordaanse soldaten die (maar dat bleek een onmogelijke opdracht) de menigte op afstand moest houden. Bemadette Khader en de familie die op de eerste rij zaten, waren onzichtbaar in een woelige, rumoerige, broeierige, opdringende menigte die de kleine kerk vulde van het oksaal tot achter het altaar. Nergens was nog een plaats vrij en zelfs de priesters die de dienst celebreerden konden zich niet altijd vrij bewegen.


Patetisch

Zoals ze dat al in Brussel en in Beiroet had gedaan, kwam Bernadette Khader na de evangelielezing voor de mikro. Rond haar hals hing een gouden ketting met de trouwring van NaÔm en een medaille in de vorm van Palestina. Op de kraag van haar jasje blonk het PLO-embleem dat ze in Beiroet had losgemaakt van de rode baret van een persoonlijke lijfwacht van Arafat. Haar korte toespraak was een hartstochtelijk getuigenis van haar liefde, een bewogen afscheid van haar man, en een patetische oproep "om de strijd voor Palestina verder te zetten." Ze sprak in het Arabisch, met een gebroken stem, snikkend, in horten en stoten. Maar haar woorden klonken luid en krachtig, weerbaar en militant op een scherpe, hoge toon die door merg en been sneed. Niemand kon onberoerd blijven, en al vanaf de eerste woorden die ze sprak, begonnen vrouwen en mannen te snikken en, bijna zingend, te huilen. Men viel op elkaars schouders en rukte aan de kleren, Sommigen slaakten schrille kreten, anderen stampten met de voeten om hun emotie te luchten. De sfeer in de kerk werd onhoudbaar.

Toen ze haar toespraak beŽindigd had kwam de explosie. Iemand schreeuwde een kreet, anderen vielen onmiddellijk in met een ritmische slogan die door de hele kerk in koor werd beantwoord. Mannen klommen op hun bidstoel en hieven strijdliederen aan. Anderen zwaaiden met de armen en maakten, dansend op de stoelen, het overwinningsteken. Er ontstond gedrum en gewoel en de Jordaanse soldaten konden de menigte niet meer tegenhouden. Tussen de militairen door wierp men zich op de lijkkist, de Palestijnse vlag op de lijkkist werd in stukken getrokken, moeders duwden hun kinderen vooruit opdat ze de lijkbaar zouden kunnen aanraken. En terwijl een Jordaanse non bezwerend met haar vinger voor de mond de menigte het zwijgen probeerde op te leggen, groeide in de kerk een echte meetingsfeer met geroep, getier, gezang en slogans. De priesters probeerden de situatie te redden door de offerandegezangen aan te heffen, maar niets kon de uitgelaten menigte nog bedaren. De Palestijnse strijdliederen overstemden de liturgische gezangen.

Vanaf dat moment is het niet meer rustig geweest in de kerk en erbuiten. Toen de lijkkist onder de ritmische kadans van de spreekkoren en het zingen van het De Profundis naar buiten werd gedragen, werd de chaos kompleet. Men moet er niet aan denken wat er zou gebeurd zijn, mochten dergelijke scŤnes zich hebben voorgedaan in Beiroet, waar zowel binnen als buiten de kerk honderden zwaar gewapende mannen hadden postgevat. Iedereen probeerde bij de lijkbaar te komen en de kist, die van schouder tot schouder werd doorgegeven, aan te raken. Wie te ver af stond bleef de rouwstoet hartstochtelijk nawuiven en naroepen.

Bij het buitenkomen uit de kerk steeg er spontaan een oorverdovend applaus op uit de duizendkoppige menigte die niet was binnengeraakt en samentroepte op het kerkplein. De massa kookte over in heftige spreekkoren en militante liederen, een vrouw viel bewusteloos, en wie tot bij de lijkwagen geraakte bonkte op de wanden of rukte de deuren open. Er werden vrijheidskreten geroepen voor Palestina, en anderen schreeuwden dat ze hun bloed wilden geven voor NaÔm Khader.

Wat begonnen was als een emotionele reaktie en een uiting van oneindig verdriet, eindigde in een massaal getuigenis van politiek bewustzijn. Het was geleden van de Zwarte-September-dagen van 1970, toen de Jordaanse regering een militaire konfrontatie aanging met de Palestijnen in dat land, dat Amman nog zo'n taferelen had beleefd.

Met veel moeite slaagde de rouwstoet erin zich een weg te banen door de opgezweepte menigte. NaÔm Khader werd uiteindelijk begraven op het kerkhof van Amman, tijdens een korte plechtigheid die van op afstand werd gadegeslagen door gewapende Jordaanse soldaten.

"Alles waarvoor Khader heeft gestreden zal worden verdergezet", zei de priester tot afscheid. Aanvankelijk was gezegd dat de vermoorde PLO-direkteur zou worden bijgezet in zijn geboortedorp Zabbadah op de bezette westelijke Jordaanoever.

Ook z'n weduwe had die wens uitgesproken. Dat plan is uiteindelijk niet doorgegaan bij gebrek aan overeenstemming met IsraŽl. In ruil voor de begrafenis in IsraŽl wilde de regering van Begin de lichamen terug van vier IsraŽlische soldaten die bij een kommando-aktie in Libanon omkwamen.

De PLO wilde daarop pas ingaan als Palestijnen die in IsraŽl worden gevangen gehouden, konden vrijkomen. Ten slotte woont de meeste familie van Khader in of rond Amman. Waarschijnlijk was dus geen van de twee partijen echt geÔnteresseerd in een begrafenis op de West Bank.

Wat ten slotte de verantwoordelijkheid betreft voor de aanslag op Naim Khader, konden in Beiroet en in Amman nog enkele precizeringen worden vernomen van geruchten die al eerder in Brussel waren opgevangen. De informatie is afkomstig uit de onmiddellijke omgeving van Yasser Arafat en kan beschouwd worden als de diepere overtuiging van de Palestijnse Bevrijdingsorganizatie (die evenwel geen materiŽle elementen aandraagt om die bewering te staven). Deze bronnen handhaven de mening dat de IsraŽlische geheime dienst achter de aanslag staat, maar ze menen dat de moord zelf werd uitgevoerd door rivalizerende Palestijnse frakties die zich enkele jaren geleden van de PLO hebben afgescheurd. Volgens de omgeving van Arafat is de moord het werk van Abou Nidal, een Palestijn van Iraakse afkomst die zich nu met SyriŽ heeft verbonden en die de jongste tijd verblijft in Damascus.


Mon Vanderostyne
Amman
09 juni 1981