Rouw voor martelaar van PLO werd demonstratie

ELSENE - De rouwdienst die gisteren voor de vermoorde PLO-afgevaardigde NaÔm Khader werd opgedragen in de Sint- Adrianuskerk van Elsene is uitgelopen op een demonstratie van politieke strijdbaarheid. Toen de kist uit de kerk werd gedragen gingen vuisten en vlaggen in de hoogte. De rouwstoet begon een spreekkoor, in het Frans en het Arabisch. Velen maakten het overwinningsteken en niemand liet er twijfel over bestaan dat de strijd voor Palestina wordt verdergezet.

NaÔm Khader is een martelaar geworden, en dat hebben de vele honderden aanwezigen gisteren laten blijken. De grote Sint-Adrianuskerk was volzet, met ambassadeurs, Arabieren, Palestijnen en zeer veel Europese vrienden, en in de zij- en middengang stond men tot bij het hoogkoor. Buiten de kerk waar talrijke bloemenkransen lagen ("niet van de Belgische regering", merkten de omstaanders op) stonden nog honderden nieuwsgierigen en sympatizanten. Zeer talrijk was ook de politie, in uniform en in burger; buiten en binnen de kerk.

De rouwdienst werd gekoncelebreerd door een tiental priesters onder wie Mgr. Cardinale, deken van het diplomatenkorps. Het was een katolieke rouwmis volgens de westerse ritus, met de liturgische teksten in het Frans en enkele gezangen in het Latijn. Er namen ook enkele priesters van de oosterse ritus aan deel. NaÔm Khader, die geboren werd op de westelijke Jordaanoever, was katoliek en stond in zijn parochie bekend als een vrome en regelmatige kerkganger. Op de lijkbaar in het hoogkoor lagen de Palestijnse vlag en een tuiltje bloemen. Bij de lezing werden teksten voorgedragen van een Arabische en een Palestijnse dichter, en ťťn van de twee evangeliepassages werd gelezen in het Arabisch.

Bij het einde van de eredienst zong de menigte het "Lied van Palestina", dat door de priesters in sourdine werd aangeheven.


Verdriet

De rouwdienst was een waardige, ingetogen, religieus bewogen plechtigheid, gekenmerkt door een oneindig verdriet. Velen liepen te wenen, sommigen huilden in mekaars armen, anderen zaten stilletjes te snikken. Bernadette Reynebeau, de Belgische weduwe van Khader, zat in een wit mantelpakje vooraan naast de lijkbaar. Ze zag er bleek uit en freel klein en kwetsbaar, maar ze bleef kranig.

Haar verdriet was zichtbaar, maar de tranen bleef ze verdringen tot de tv-camera's weg waren. Van achter de mikro in de kerk sprak ze de aanwezigen toe, en nam ze afscheid van haar man. Ze herhaalde wat Khader had gezegd bij een recent bezoek aan JordaniŽ. Over twee, drie jaar zullen we thuis zijn in ons vaderland. Met een gebroken stem, maar op luide, krachtige, strijdbare toon besloot ze: "Ik ben gelukkig en fier dat ik je vrouw ben." In de kerk was het muisstil en niemand van de aanwezige mannen kon zijn tranen beheersen.

Toen de kist, voorafgegaan door de Palestijnse vlag, werd buitengebracht, sloeg de rouwstemming om in een militante betoging. De kist werd over de schouders doorgegeven, Palestijnen maakten het V-teken, er werden slogans geroepen tegen Begin en voor Palestina, en het Arabisch klonk nog hitsiger en jachtiger dan bij het binnengaan.

De lijkstoet reed naar Zaventem vanwaar vandaag het lijk wordt gerepatrieerd naar Libanon en vervolgens overgebracht naar JordaniŽ. Ondertussen wordt bemiddeld (buiten de PLO om) over de eventuele begraving van Khader op de westelijke Jordaanoever. IsraŽl liet weten daarmee te kunnen instemmen, op voorwaarde dat de stoffelijke overschotten van vier IsraŽlische soldaten, die bij een operatie in Libanon omkwamen, worden teruggegeven.


Mon Vanderostyne
Elsene
05 juni 1981