PLO-directeur in Brussel doodgeschoten

BRUSSEL - Met zes, op korte afstand afgevuurde kogels werd gisterenochtend in Brussel NaÔm Khader (41) doodgeschoten, de man die sedert vijf jaar direkteur was van het "Informatie- en Verbindingsbureau" van de Palestijnse Bevrijdingsorganizatie (PLO) in Brussel. Khader was de zesde Palestijnse vertegenwoordiger in het buitenland die om het leven werd gebracht, maar het was de eerste politieke aanslag van die aard in ons land. Ondanks de persoonlijke moed van een Vlaamse postbediende, die de dader achtervolgde, kon de moordenaar ontsnappen.

NaÔm Khader werd doodgeschoten voor zijn huis, op het moment dat hij zich kort na 9 uur naar het PLO-bureau begaf dat 200 meter verder is gevestigd aan de Franklin Rooseveltlaan nr. 108. De direkteur van het PLO-bureau woonde met zijn Belgische vrouw in een appartement op de vierde verdieping van de Keverslaan nr. 5. Toen hij buitenstapte, vuurde een onbekende van op korte afstand zes 9 mm-kogels af, waarvan verscheidene het slachtoffer in het hoofd troffen en ťťn het hart doorboorde. Twee kogels sloegen in op een arduinen muurtje, een ander projektiel vernielde de glazen voordeur van het appartementsgebouw. NaÔm Khader was op slag dood, maar bleef geruime tijd op het voetpad liggen in een grote plas bloed. Later werd hij nog overgebracht naar het ziekenhuis van Elsene, maar men kon er alleen de dood vaststellen. De dader slaagde erin te voet te ontkomen.

Door de schoten werd de buurt die grenst aan de Franklin Rooseveltlaan opgeschrikt. Iedereen had gisterenochtend zijn eigen verhaal, maar slechts weinigen bleken echt de schietpartij als ooggetuige te hebben meegemaakt. Kroongetuige van het parket (dat pas anderhalf uur na de aanslag ter plaatse geraakte) was een Vlaamse brievenbesteller, vader van twee kinderen, die de achtervolging van de moordenaar inzette zonder aan de grote risico's te denken.

De postbediende, die anoniem wilde blijven, was in de Keverslaan brieven aan het bestellen toen hij de schoten hoorde. Hij zag Khader enkele tientallen meters verder op de grond stuiken en toen de dader in zijn richting wegvluchtte, zag hij hem een pistool wegbergen. "Ik wist meteen dat het ernst was", vertelde hij. "Ik deed een voorbijrijdende auto stoppen en samen zetten we de achtervolging in." De brievenbesteller kon aan de politie een nauwkeurige persoonsbeschrijving geven van de moordenaar: een kleine man, mogelijk maar 1,65 meter, met brede schouders, een zware snor en krulhaar. Hij was van 1et zuiderse type. Regeringskringen spraken later van een "beroepsdoder".

De postbediende en de chauffeur van de personenwagen volgden de moordenaar op afstand, doorheen verscheidene straten van de wijk. In de Voltatraat wilde de chauffeur, die aangeslagen was door de schrik, niet verder rijden. De postman stapte uit, liet zijn jasje achter en zette de achtervolging te voet verder. In de buurt van het kerkhof van Elsene raakte hij het spoor bijster. Het volgende ogenblik al was de politie ter plaatse, maar ook die kon de dader niet meer achterhalen. Een Duitser die in de buurt woont en ook de achtervolging had ingezet, kon evenmin de dader vatten.

Later werden door de politie het regenscherm en de regenjas teruggevonden die de moordenaar droeg. Er werden politiehonden gebracht naar de hoek van de Huysmanslaan en de Generaal Dossinlaan, maar ook die konden het spoor niet volgen. Buurtbewoners vertelden nog dat ze de afgelopen dagen al de man, wiens signalement werd verspreid, hadden opgemerkt voor de woning van Khader.

Voor het appartement van Khader in de Keverslaan waren ondertussen velen samengestroomd, onder hen ook talrijke Palestijnen.


Emoties

Er speelden zich emotionele taferelen af. Sommigen weenden hartverscheurend, anderen vielen in mekaars armen, nog anderen werden ondersteund en weggebracht. Een Palestijnse kwam aanrennen en riep dat ze "hem" wilde zien. In groot verdriet werd ondertussen de Belgische vrouw van het slachtoffer door vrienden thuisgebracht.

Te oordelen naar de reakties van de Palestijnen die voor het huis van Khader waren samengestroomd en naar de toon die later in het PLO-bureau kon worden beluisterd, was er maar ťťn mogelijke moordenaar en dat was de IsraŽlische geheime dienst. NaÔm Khader werd de zoveelste martelaar genoemd van de Palestijnse zaak en men meende dat, door hem te doden, de moordenaar niet de persoon van Khader maar Palestina zelf wilde treffen. Een woordvoerder van het PLO-bureau situeerde de aanslag in een ruimere kontekst: de grotere vrijheid die IsraŽl van president Reagan heeft gekregen om de Palestijnen te treffen en de Europese goedwil die Khader had weten op te bouwen en die nu een bedreiging werd voor IsraŽl.

Sinds 1972 werden zes PLO-vertegenwoordigers in het buitenland vermoord, in Parijs, op Cyprus, in Londen, in Koeweit en nu in Brussel. De aanslagen werden uitgevoerd met bommen, met granaten en met handwapens. Een woordvoerder van de IsraŽlische ambassade in Brussel weerlegde gisteren de PLO-beschuldiging die de aanslag toeschreef aan "de zionistische terreur". Volgens de IsraŽlische ambassade zijn deze aantijgingen niet nieuw en is het bekend dat Palestijnse bewegingen en organizaties onder elkaar slachtingen verrichten. In 1978 bv. werden de Palestijnse vertegenwoordiger in Parijs, Ezzedine Kalak, en zijn medewerker, Hammad Adnan, gedood. De twee terroristen die deze aanslag pleegden waren JordaniŽrs van Palestijnse afkomst. In 1980 werden ze door een rechtbank in Parijs veroordeeld tot 15 jaar opsluiting.

De rivaliteit, de openlijke ruzie en zelfs de haat tussen Palestijnen was zelfs gisteren te zien voor het appartement van NaÔm Khader. Nog was het bloed van de vermoorde PLO-direkteur niet gestold op het trottoir of een woordvoerder van de PLO en een afgevaardigde van de FDLP (een groep die deel uitmaakt van de PLO) waren met elkaar al aan het ruziŽn en ontzegden elkaar het recht namens de Palestijnen te spreken.


Bescherming

Gisteren was er in Palestijnse kringen ook veel beroering over onvoldoende of zelfs volledig afwezige politiebescherming. Er wordt evenwel vernomen dat NaÔm Khader wel degelijk onder politiebescherming stond. Er worden echter geen politiemannen meer op permanente basis voor "bedreigde" gebouwen gepost, maar de bescherming wordt uitgeoefend door rondrijdende patrouilles die ook wel een kortstondige wacht voor ambassades, luchtvaartmaatschappijen of toeristische bureaus verzorgen. Die wachten zijn nooit van lange duur (internationale ervaring leerde, dat dit niet gewenst is) en worden aangepast in funktie van de omstandigheden. De jongste tijd waren geen bedreigingen geuit tegen de PLO-vertegenwoordiger in Brussel en de laatste aanslag op een PLO-afgevaardigde in West-Europa dateert van 1978. Het PLO-bureau in Brussel geniet geen diplomatiek statuut en het personeel heeft geen biezondere privileges. Men spreekt van een statuut sui generis (met het recht een vlag te hijsen, een naamplaat aan te brengen aan het bureau, enz.) en zo is ook de bewaking die wordt verzekerd.

Talrijke reakties op de aanslag liepen gisteren binnen en uiteenlopende groepen en politieke partijen spraken hun afkeuring en verontwaardiging uit over de moord op NaÔm Khader.


Mon Vanderostyne
Brussel
02 juni 1981