In 'Pompei van IJsland'
stinkt het naar vis
en ruikt het naar geld


Twintig jaar na vulkaanramp herleven Vestman-eilanden


VESTMANNAEYJAR - Als ,het PompeÔ van IJsland" is de hoofdstad van de Vestman-eilanden verrezen uit zijn as. Deze week is het twintig jaar geleden dat de lavaregen stilviel over Heimaey, het grootste en enige bewoonde eiland van de archipel onder de zuidkust van IJsland. Na lavabombardementen die 160 dagen duurden, was een kwart van Vestmannaeyjar verdwenen onder een 230 meter hoge vulkaankegel. Met mensenhanden werd de rest van het stadje uitgegraven, van onder een drie tot zestien meters dikke laag as. Vandaag is Vestmannaeyjar opnieuw een komfortabele moderne stad, de grootste vissershaven van IJsland. En zoals ze hier zeggen: waar het stinkt naar vis, daar ruikt het naar geld.

Tien kilometers onder de zuidkust van IJsland ligt Heimaey ("Thuiseiland"), met 13,4 km≤ het grootste van de zestien eilandjes en dertig riffen tellende Vestman-archipel. In de hoofdstad Vestmannaeyjar wonen opnieuw 5.700 mensen, 400 meer dan in 1973. Door de lavatongen die in stoomwolken stolden in de ijskoude zee, is het eiland met meer dan 2 km≤ aangegroeid.

Zoals IJsland zelf liggen de Westman-eilanden pal op de midden-Atlantische rif. Men is er wel wat gewoon, in dit land waar in de jongste 500 jaar wellicht een derde van alle lava ter wereld werd uitgespuwd. Maar wat gebeurde in de nacht van 23 januari 1973, toen de grond in de buitenwijken van Vestmannaeyjar openscheurde over een afstand van bijna 2 km - daar had niemand zich aan verwacht.

Daags voordien was het slecht weer geweest, en door een onvatbaar geluk lag de hele vissersvloot binnen. Om 1 u. 45 scheurde de aarde, in een hels cataclysme van stoom, gloeiende rotsen en vuurbommen. Nog dezelfde nacht werden alle 5.300 inwoners op de vissersboten geŽvacueerd.

Aanvankelijk dacht men dat de 5.000 jaar oude Helgafell was wakker geworden. Een half jaar later bleek echter dat een heuse, nieuwe vulkaan was ontstaan, thans Eldfelt genoemd ("Vuur-berg"). De vulkaan groeide tot 230 m hoog, maar zou in de jongste twintig jaar afslijten tot 160 m. Op de plek waar nu de zwarte basaltkegel oprijst, graasden voor de ramp alleen een paar schapen op een vlak stuk weideland langs de zee.

Toen hij tien dagen na het begin van de erupties Vestmannaeyjar bezocht, beschreef onze verslaggever Jaak Veltman destijds het spektakel in woorden die deden denken aan wat de Griekse dichter Pindaros had gezien bij een uitbarsting van de Etna: "de purperen slang van de lava die in het nachtelijk duister naar de zee vloeit vanaf de witbesneeuwde flanken van de Aitna..."

"De aanblik is alleen met kleurbeelden te beschrijven", schreef Veltman op 6 februari 1973. "Goudgele, violette, paarse, karmozijnrode laaiende vlammen die zwarte verkleurende rotsblokken uitbraken." Hij vertelde over gebaarde vrijwilligers die de daken van de huizen schoon schepten, en liep rond over het kerkhof van Vestmannaeyjar waar zerkjes uitstaken boven de sintels. "Je kan het je niet voorstellen", schreef hij in deze krant, "dat de gemeenschap daar nu weer levend overeind kan worden gezet."

"De ramp kwam zonder waarschuwing", vertelt Johan Fridfinsson, de konservator van het plaatselijk museum. "Het is waar, in de vooravond had de aarde gerommeld. En later vertelden de boeren dat daags voordien ineens de sneeuw was gesmolten op de top van de Hekla." Op een goeie 100 km van de archipel is de 1.491 meter hoge Hekla het duidelijkste merkpunt op de zuidkust van IJsland. Bij helder weer plegen boeren en vissers iedere ochtend naar de Hekla te kijken, om te zien of er iets zal gebeuren.

"Ik ben achtergebleven, nadat ik mijn vijf kinderen op de boot had gezet", herinnert zich Fridfinsson. "Mijn jongste was drie, de oudste zeventien. Niemand kon bagage meenemen, ik hoopte later nog wat bezittingen in veiligheid te kunnen brengen. Ik had een grote klerenwinkel, alles ben ik verloren."

"En ik was zanger in de kerk", voegt hij eraan toe alsof dat enige relevantie heeft. "De hele stad was al ontruimd. Dan ben ik met mijn vader het licht gaan aansteken in de kerk. Om God te danken dat er doden noch gewonden waren gevallen. Het was niet het enige mirakel want uiteindelijk hebben we met zeewater de lavastroom kunnen tegenhouden."

Met een eredienst in de lava, een akademische plechtigheid, een kunsttentoonstelling en een voetbalwedstrijd tussen de twee plaatselijke ploegen - genoemd naar Thor, de god van de donder, en de oude oorlogsgod Tyr - viert Vestmannaeyjar deze week de twintigste verjaardag van de mirakuleuze uitdoving van de vulkaan, en van de heropbouw van de stad.

In het heldere licht van het noorden heeft het haventje vandaag zijn vroegere welstand teruggevonden. De 70 vissersschepen moeten maar even uitvaren om hun netten vol te scheppen in de rijkste wateren van Europa. Met slechts 2 t.h. van de bevolking levert Vestmannaeyjar 12 t.h. van de IJslandse export. Hotel Thorshamar, de Hamer van Thor, trekt toeristen als nooit tevoren.

De archipel werd mogelijk vroeger bewoond dan IJsland, dat volgens de sagen pas gekolonizeerd werd vanaf het laatste kwart van de 9de eeuw. Op de Vestmaneilanden daarentegen zijn vijf Romeinse munten gevonden, de oudste van 225 tot 235 na Kristus, vermoedelijk meegebracht door Keltische monniken. De naam van de eilandengroep is ontleend aan de Westmannen, Ierse slaven die na doodslag hierheen vluchtten vanop het IJslandse vasteland.

Tegen de klippen van Heimaey ligt het wrak van de Belgische vissersboot 0 202 Pelagus die hier in 1982 is vergaan. Een matroos van 20, een scheepsjongen van 17 en twee IJslandse redders kwamen daarbij om het leven, zes opvarenden werden gered.

De teruggevonden welstand kan niet doen vergeten dat van de 1.345 huizen die er voor de ramp stonden, er 400 voor eeuwig onder de lava werden begraven.

Jon Pryngeirsson (62) is een van de 1.800 inwoners van Vestmannaeyjar die na de ramp voor altijd hun rug hebben gekeerd naar Heimaey, en die op het vasteland een nieuw leven zijn begonnen. Met zijn kinderen is hij vandaag op bezoek, om hen de plek te tonen van waar hij in 1973 voor goed is gevlucht.

"Ik werkte in de visfabriek en woonde in het oosten van Heimaey, op de boerderij van mijn ouders", vertelt Pryngeirsson. "Mijn huis steekt nu 70 tot 80 m onder de lava, voor mij was er geen sprake van uitgraven. Nu werk ik in Grindavik, eveneens in de visfabriek. Weet je, we hadden er geen idee van wanneer die uitbarstingen zouden ophouden. Dat had evengoed jaren kunnen duren."

"De uitbarsting was verschrikkelijk, en ging gepaard met een angstaanjagend lawaai. Alsof de inhoud van verscheidene gasflessen ineens werden gelost." De aarde barstte honderd meter achter zijn huis. "Niemand kwam ons iets zeggen, het geluid vanuit de aarde was voldoende om ons op de vlucht te jagen. De sirenes van de vrijwillige brandweer loeiden aanhoudend, de politie reed rond met zwaailichten. Bagage kon ik niet meenemen, alleen de warmste kleren voor mijn drie kinderen. Ze waren 3, 6 en 8 jaar. Sommige inwoners zijn gevlucht in hun slaapkleren. Of we schrik hadden? En of!"


Surtsey

Zieken en ouderen werden geŽvacueerd per vliegtuig. "Mijn moeder was de laatste inwoonster die Heimaey per vliegtuig verliet", zegt Pryngeirsson. "Ze was 78." De evacuatie verliep in alle kalmte.

Tien jaar tevoren hadden de eilandbewoners al eens vanop afstand de geboorte meegemaakt van het 16de eilandje van hun archipel, toen een paar kilometer voor hun kust het naar de vuurgod Surtur genoemde eilandje Surtsey uit de golven verrees. Vier jaar duurde deze onderzeese eruptie. Het eilandje dat 2,6 km≤ groot en 173 m hoog werd, geldt vandaag als een bio-lab waarop geleerden van jaar tot jaar het verschijnen volgen van nieuwe vormen van leven. Bezoekers worden op Surtsey niet toegelaten.

Zoals de meeste volwassen mannen keerde ook Jon Pryngeirsson spoedig terug, om bij beurtrol te helpen met het rekupereren van bezittingen en het beschermen der huizen. De voorraden gezouten en diepgevroren vis werden in veiligheid gebracht, ramen werden met ijzeren platen afgesloten om inslaande vuurbommen af te houden, en maanden aan een stuk waren de redders in de weer om instortingen te vermijden door het schoonvegen der daken.

Na een maand werd duidelijk dat sommige huizen nooit konden gered worden en dat de grootste bedreiging bestond in de eventuele afsluiting van de havengeul door de lavastroom, die op zeker ogenblik oprukte met 30 m per dag. Na bijna wanhopige blussingswerken met zeewater, kon men de lavamuur doen stollen bij de ingang van de haven. De afsluiting van de haven zou het hervatten van de ekonomie in dit belangrijk vissersstadje hebben doen stilvallen, en herbevolking hebben uitgesloten. De havengeul is nu nog 170 m breed, voorheen was dat 8OO m.

Een deel van de huizen, vooral in het westen, kon worden behoed maar tegen juli lagen rotsen en as zo hoog in de straten dat de redders de straatlampen konden vastgrijpen. Naar schatting spuwde de Eldfelt 33 miljoen ton lava over het eiland en in zee. Pryngeirsson vertelt dat de as zo heet was dat bij sommigen de laarzen begonnen te branden. Iedereen liep rond met gasmaskers tegen de giftige dampen en met helmen en schouderstukken tegen de lavabommen.

Naast harpoenhaken en viswerktuigen van vroeger liggen vandaag in het museum van Vestmannaeyjar de half verbrande gebedenboeken en de zwartgeblakerde muntstukken uit de kerk. Verleden week nog is een kraanarbeider om het leven gekomen, toen hij bij wegenwerken op de nieuwe vulkaan met zijn voertuig wegzakte in nog niet gestabilizeerde sintels.

Verleden jaar werd geprobeerd lichtbakens te plaatsen op de vuurberg, als signaal voor de vliegtuigen. Tevergeefs, want de kabels smolten door de hitte. Zo warm is de nog altijd dampende vulkaan, dat huisvrouwen soms een speciaal brood bakken in een gat in de grond. Nu nog krijgt drie kwart van de gezinnen in Vestmannaeyjar huisverwarming door warmwaterleidingen uit de Eldfelt. Door de uitstulping van de gestolde lava in zee, is Vestmannaeyjar thans een van de IJslandse havens die het best door de natuur zijn beschermd.


Foto's


Kaartje : de Vestman-eilanden.

 


Lavaregen over Heimaey, het grootste en enige bewoonde eiland van de Vestman-eilanden archipel.

 


Mon Vanderostyne
13 juli 1993