Bij de voorouders der Inca's op de Altiplano van BoliviŽ

Kleinschalige projekten van Plan International bij de Aymara-indianen


LA PAZ - Vandaag is het fiesta in Paxiamaya, een centrum van 700 gezinnen op de Altiplano, de onherbergzame hoogvlakte boven de Boliviaanse hoofdstad La Paz. Vanaf de grote weg zijn er vier triomfbogen opgetrokken, behangen met kleurrijke weefsels van de Aymara-indianen. Orkestjes van fluitspelers en trommelaars staan de bezoekers op te wachten die een paar irrigatiekanaaltjes komen inhuldigen. De sequia, de grote droogte is de vloek van de Altiplano, en daaraan te verhelpen is nog belangrijker dan basisbehoeften als drinkbaar water. Plan International, een vereniging voor financiŽle adoptie, gebruikt de bijdragen van duizenden pleegouders in de rijke landen om kleine gemeenschappen als Paxiamaya te helpen in wat de plaatselijke leiders beschouwen als hun dringendste nood.

Het hele dorp is uitgelopen voor dit feest. Er wordt gestrooid met confetti en de genodigden op het podium worden behangen met papierslingers. De schoolklasjes staan aangetreden, en de leraars leiden de plechtigheid volgens de strikte volgorde van een programmaboekje. Er zijn knalbommetjes en ouderwets plechtstatige toespraken door ,,de sekretaris-generaal'', een soort wijkburgemeester, behangen met de chicotillo van zijn waardigheid.

Als het witte lint met een roestige schaar is doorgeknipt, wordt een fles bier kapotgeslagen die in de ijle lucht van de hoogvlakte uiteenspat met een knal als van een champagnefles. Terwijl het orkest een Pinquillada brengt, vloeit rijkelijk de Pisco-alkohol en het Imperial Premium-bier: niemand die de challar-rite vergeet - het plengoffer voor Pacha Mama, Moeder Aarde van de Aymara-indianen.

Het is onvoorstelbaar wat relatief kleine en goedkope infrastruktuurwerken betekenen voor deze mensen die nog met meer dan honderdduizend leven op een der meest onherbergzame hoogvlakten van deze wereld. Dat is precies wat Plan International doet op de Altiplano van BoliviŽ: kleinschalige projekten die wegens de extreem-marginale leefomstandigheden een onevenredig konkrete impakt hebben op het leven van plaatselijke gemeenschappen.

Al het zilverwerk van Paxiamaya is opgehangen op de kleurrijke aguayo's waarmee het dorp is versierd. De jachttrofeeŽn, huiden van vossen, titi's en wilde katten zijn uitgespreid. Naast het traditionele Wiphala-dundoek van de Aymara's is ook de Boliviaanse vlag uitgestoken, en het nationaal volkslied wordt door de hele gemeenschap uit volle borst meegezongen. Tot slot worden de matten gespreid, en worden de gasten uitgenodigd op een weldoende maaltijd van bonen, gevriesdroogde chuno-aardappelen en in de schil gekookte aardappelknollen.

Het aanleggen van irrigatiekanaaltjes zoals in Paxiamaya is maar een van de honderden projekten die Plan International, bij ons beter bekend als Fosters Parents, ieder jaar opnieuw uitvoert op de Altiplano. De vereniging die met 26.000 leden in ons land een spectaculaire groei kent, heeft op de Altiplano een kleine 10.000 pleegkinderen.

De maandelijkse bijdragen van 820 fr die pleegouders uit de rijke landen betalen, gaat op de Boliviaanse hoogvlakte naar 290 gemeenschappen met 25.000 gezinnen - naar schatting 125.000 personen. Rechtstreeks of onrechtstreeks komen de projekten aan 400 gemeenschappen ten goede. De band tussen de pleegouders en deze gemeenschappen verloopt via de kleine 10.000 korresponderende pleegkinderen.

Het is een land dat bewoond lijkt door schapen en lama's. De mensen zijn onzichtbaar, verspreid over een gebied van 200 km, samenhokkend in clusters van lemen huisjes rond een karakteristieke oven. Hier en daar is er een zandweg, maar meestal moet men dwars over het land rijden of een droge rivierbedding volgen om tot in de gečsoleerde woonkernen te raken. De enige bakens in dit vlakke land zijn de Andesreuzen aan de horizon, en enkele Chulpa's waarin de Inca's hun doden in hurkstand hebben bijgezet.

Het land is kaal, leeg, troosteloos. Tussen zoutafzettingen en plukjes stijve grassen grazen hier en daar wat koeien of schapen. De landhervorming van Paz Estensoro in 1952 gaf aan elk van deze gezinnen tien ha, maar door vererving zijn die bezittingen nu verschrompeld tot minifundia's van twee of drie ha, onvoldoende om met een gezin van zeven personen van te leven. De emigratie is aanzienlijk: naar de illuzie van de lichtjes in de hoofdstad, of naar de vruchtbare maar ziek makende valleien van het tropisch binnenland.

Met zijn kleinschalige projekten probeert Plan International opnieuw hoop te geven aan dit volk dat aan de oevers van het Titicaca-meer reeds eeuwen voor de Inca's de tempelcomplexen bouwde van Tihuanaco. Niet de politici die ook in dit land te vaak met de pluimen willen gaan lopen, maar de traditionele leiders van de plaatselijke gemeenschappen zijn daarbij de bevoorrechte gesprekspartners.

We zijn in Jalsuri op een vergadering van de Sub-Central, een soort distriktskomitee van elf plaatselijke leiders. Elk van hen oefent gezag uit over een honderdtal gezinnen, van gemiddeld zeven personen. Adrian Choque Pocoala (48) is de maximo lider, zeg maar de arrondissementskommissaris van zo'n 8.000 zeer verspreid levende boeren. De elf ,,sekretarissen-generaal'' dragen de poncho van hun waardigheid en zijn behangen met een zilveren chicote.

Een keer per maand komen ze bijeen, om te spreken over wegenonderhoud, scholenbouw, melkproduktie, vaccinatieprogramma's, de konstruktie van lemen adobe-stenen. Vandaag diskussiŽren ze over het herinvoeren van de oude Aymara-titels. In plaats van sekretaris-generaal willen ze voortaan aangesproken worden met de traditionele Mallku en Sullka Mallku-titulatuur.

Het is aan deze gezagsdragers dat Plan International vraagt om de wensen van hun gemeenschap te formuleren en om prioriteiten aan te duiden. Voor Plan dat thans versneld afrekent met een uitgesproken bureaukratische traditie, is dit een hele ommekeer. Tot voor een jaar had de organizatie in La Paz 65 personeelsleden in betaalde dienst, nu nog 13 in de stad en 12 veldwerkers. Op de Altiplano is de verantwoordelijkheid voor een begroting van 85 miljoen fr nu goeddeels gedelegeerd naar traditionale leiders zoals hier in Jalsuri.

Bij de Aymara-indianen worden de leiders verkozen bij beurtrol, telkens voor een jaar. Alleen wie gronden bezit en zijn land bewerkt heeft in deze boerengemeenschappen stemrecht. Wie emigreert naar de stad of seizoenarbeid verricht op de cocavelden van de Yungas, hoort niet meer bij de gemeenschap. In dit distrikt heeft twaalf t.h. van de boeren geen land. Een ha land kost 7.000 fr. Per gezin heeft een persoon stemrecht, meestal de man.

Deze Aymara-leiders klagen over wat zij de politiek noemen van Castilianazar, de verspaansing die aan de indianen-gemeenschappen wordt opgedrongen door het schoolsysteem. Zoals de Quecha-taal van de Inca's heeft ook het Aymara oorspronkelijk geen geschreven vorm. De kinderen die thuis alleen de moedertaal spreken, worden in de school vervreemd van hun eigen kultuur.

Ze doen een patetische oproep om eigen Aymara-scholen te krijgen. Pogingen tot bi-kultureel onderwijs schijnen slecht te zijn afgelopen. Maar nog voor de oprichting van schoolgebouwen en nog voor de magische elektrificering, worden hier zoals elders als hoogste prioriteiten voor deze gemeenschappen genoemd: irrigatie en wegenaanleg.

Een van de boeiendste, en meest vernieuwende projekten die Plan International uitvoert op de Altiplano is de uitbouw van een kredietsysteem, in samenwerking met de Boliviaanse privā-vereniging Sartawi, een Aymara-woord voor ,,aktief zijn.'' Het startkapitaal werd verstrekt door de Lutherse kerk van Duitsland, maar sedert 1991 geeft ook Plan aanzienlijke kapitalen, dit jaar zo'n 17 miljoen fr. Het beheer van de leningen gebeurt door Sartawi.

Op de markt van Villa Remedios, 30 km van La Paz, staan de campesino's met tientallen aan te schuiven voor de Sartawi-loketten. Het gaat echt om mini-leningen: 4.000 fr, 6.500 fr of 7.200 fr, terug te betalen op vijf tot acht maanden tegen een intrest van 3 t.h. per maand.

In BoliviŽ dat zeven jaar geleden nog een hyper-inflatie kende van 24.000 t.h. per jaar, is de prijsstijging thans ingetoomd tot 12 t.h. per jaar. Maar voor leningen van zeer kleine bedragen vragen de commerciŽle banken benevens waarborgen toch nog een rente van 48 t.h. per jaar. Deze ultra-ortodoxe monetaire politiek geeft het land de reputatie van ,,beste leerling van het IMF'', maar daaraan hebben de boeren geen boodschap. Leningen bij Plan/Sartawi zijn een populair alternatief.

Sedert het kredietsysteem in augustus 1992 operationeel werd, zijn al 6.000 kredieten toegekend, meestal van 4.000 fr. Op een marktdag in Villa Remedios komen gemiddeld zo'n 300 boeren aanschuiven aan de loketten. Per week worden alleen in dit kantoor 35 nieuwe kredieten toegekend. De leningen worden verstrekt aan groepjes van zes personen, die voor elkaar borg staan.

Als een persoon niet terugbetaalt, wordt verwacht dat de groep druk uitoefent op de schuldenaar. Als die druk geen resultaat oplevert, wordt het krediet van de hele groep afgesloten. Als een groep als geheel weigert te betalen, wordt het krediet van de hele gemeenschap bevroren. Het systeem werkt: van de 6.000 kredietnemers zijn er na negen maanden slechts drie procent wanbetalers.

Mon VANDEROSTYNE

Plan International, F. Laurentplein 31, 9000 Gent