Che Guevara werd een heilige

Volksdevotie voor doodgeschoten guerrillero in Bolivië


LA HIGUERA - Een kwarteeuw na zijn dood wordt Che Guevara in Bolivië vereerd als een heilige. "Che Vive" staat er geschilderd op de huizen van La Higuera, het gehucht hoog in de oostelijke Cordillera, waar de guerrillaleider in de nacht van 8 oktober 1967 werd gemarteld en tegen dageraad werd doodgeschoten. Als een romantische held en een onbaatzuchtige vrijheidsstrijder werd hij vijfentwintig jaar geleden in het Westen vereerd door een hele generatie studenten. In het hooggebergte van Bolivië is hij vandaag heilig verklaard door de boerenbevolking die hem destijds heeft verraden aan de Rangers van generaal Ovando.

"De meerderheid van de boeren helpt ons helemaal niet, en sommigen zijn informanten geworden van het leger", schreef de man die in de jaren zestig de droom personalizeerde van een veralgemeende revolutie in Latijns-Amerika. Vandaag lopen diezelfde, campesino's" met zijn skapulier op hun lichaam, er worden kaarsen voor hem gebrand, er gebeuren mirakels in zijn naam, en de man die heel zijn leven marxist en uitgesproken ateïst is gebleven, wordt nu met sukses aangeroepen als San Ernesto de la Higuera. Hij had zich goed verstopt, de Che. Zestien uur rijden van de officieuze Boliviaanse hoofdstad La Paz is het een onvoorstelbaar barre en onherbergzame hoogvlakte waar hij zijn laatste slag heeft geleverd. Vanaf de grote weg tussen Santa Cruz en Cochabamba, in betere dagen geasfalteerd, is het nog drie uur klimmen in een voortdurend desolater en ruiger wordend landschap. Mensen wonen er maar weinig, af en toe kruist er een karavaantje muilezels of een zeldzame vrachtwagen het smalle bergpad over de toppen van de Sierra. Van cactussen gaat de fauna over in dicht struikgewas om later te verdorren tot enkele doornstruiken en losse begroeiing. Hier en daar proberen wintergewassen of een akker met maïs nog op te schieten. De weg is een stoffige en hobbelige zandpiste, doorkliefd of weggezakt door de erosie van het regenseizoen, onregelmatig bezaaid met keien en stenen. Door haarspeldbochten en langs ravijnen raakt men tot op de hoogvlakte, een machtig berglandschap hoog boven de wolken.

Mysterieus

Vanaf Vale Grande, het centrum waar het lijk van Guevara aan de internationale pers werd getoond vooraleer het mysterieus zou verdwijnen, is het nog 60 km tot La Higuera. Het laatste uur lijkt het bergpad meer op een spoor van muilezels of op de droge bedding van een rivier, dan op een berijdbare weg. In vierwielstraktie komen we in Pucara, het laatste dorp voor La Higuera. Lemenhuisjes, meer varkens dan mensen. "Por una nueva vida" staat er op de huizen geschreven. Op andere woningen is de vijfpuntige ster van de revolutie gekalkt. Een kwarteeuw na de nederlaag van Guevara's utopie is de boodschap nog niet verstomd. Van Muyupampa tot Saimapata en Iripiti büjft de herinnering levendig. Mijn begeleider Artemio, die 38 is geworden, vertelt dat hij zijn zoontje José Ernesto heeft gedoopt - naar Ernesto Guevara en de Cubaanse dichter en vrijheidsheld José Martí. Het kind is geboren op 8 oktober 1992, op de 25ste verjaardag van de gevangenneming van Che. "Heel aangrijpend", zegt Artemio als we La Higuera binnenrijden. "Hier is hij dus gevangen genomen. Om hier zijn dood te vinden kwam hij helemaal uit Cuba ..."

Nog voor hij door het Boliviaanse leger werd gevangen genomen, was Ernesto Guevara de la Serna een levende legende geworden. Hij was goeverneur van de Nationale Bank van Cuba, later minister van industrie onder Fide1 Castro en vertegenwoordiger van Cuba bij de Verenigde Naties of op de grote internationale konferenties van Genève en Punta del Este. Maar binnen de vijf jaar nadat de diktatuur was verdreven verzaakte hij zelf aan de verleidingen en het komfort van de macht.

Commandante

Guevara was een Argentijnse dokter, die in 1959 de broers Fidel en Raoul Castro leerde kennen in Mexico. Zijn bijnaam "Che" kreeg hij vanwege de hebbelijkheid van Argentijnen om dat woordje te pas en te onpas tussen te voegen. Het was met zijn bijnaam "Che" dat hij later, als goeverneur van de Nationale Bank, de bankbiljetten ondertekende van Cuba.
Hij behoorde tot de kleine kern rond Castro die de campagne voerde in de Sierra Maestra. Zijn titel van "Commandante" verwierf hij in de beslissende slag van Santa Clara, die de weg zou openen naar La Havana en naar de verdrijving van de Cubaanse diktator Fulgencia Batista.
Toen Che Guevara in april 1965 uit de openbaarheid verdween, gaf dit zeer snel aanleiding tot allerlei spekulaties. De Amerikaanse pers schreef over afrekeningen binnen het nieuwe Cubaanse regime. En op de suggestie dat hij ondergedoken was, antwoordde een woordvoerder van de CIA: "Yes, he is underground: six feet underground." Voor het kongres van de Cubaanse KP las Fidel Castro op 3 oktober 1965 de brief voor waarin Guevara verzaakte aan zijn funkties en aan de Cubaanse nationaliteit: "Andere landen vereisen mijn krachten." Vanaf dat ogenblik werd Guevara een myte.
Kaalgeschoren, met een bril als vermomming en met een vals paspoort op naam van een expert van de Organizatie voor Amerikaanse Staten kwam Guevara in november 1966 vanuit Chili binnen in het Boliviaanse Nancahuazu. Tegen het voorjaar had hij een bescheiden guerrilla-groep bijeengebracht van Cubaanse veteranen en Bolivianen, die later zou aangevuld worden met Peruanen en Argentijnen.

Vernederd

Veeleer dan het omverwerpen van de Boliviaanse generaal Barrientos, beoogde Guevara met zijn Boliviaans avontuur het creeëren van een basis in het hart van Latijns-Amerika, van waaruit Chili, Peru en Argentinië de echte objektieven zouden worden. Zijn anti-imperialistische boodschap die hij, nadat hij reeds was ondergedoken. liet bezorgen aan de Trikontinentale Organizatie in La Havana, bevatte de kern van zijn strategie: "Creeër twee, drie, talrijke Vietnams." Op een ogenblik dat de machtigste natie van de wereld in Saigon werd vernederd, was het een boodschap die een hele generatie studenten begeesterde. Op hun T-shirts werd de Guevara-kop met de revolutionaire muts afgedrukt, of op hun kot hingen ze de rood-zwarte poster met het portret dat ook na 25 jaar wordt geschilderd op de huizen van La Higuera. Door misrekeningen, onvoorzichtigheden, verraad en desertie bloedde de guerilla al dood nog vooraleer ze goed was begonnen. De dubbelzinnige houding van Cuba dat schatplichtig werd aan de bij co-existentie zwerende Sovjetunie, het gebrek aan goede wapens en aan radio-kommunikatie, het dwarsliggen van de Boliviaanse KP van wie hij steun had verhoopt, en de neutrale tot vijandige houding van de boerenbevolking die begon te profiteren van de landhervorming, stuurden Guevara in een dood lopend straatje.
Toen hij nabij La Higuera zijn laatste gevecht leverde, bleven er nog zeventien guerillero's over van de tachtig waarmee hij in maart was begonnen.

Schrik

Met zachte stem zoals de meeste inwoners van La Higuera, spreekt Lino Carisales (45) over Che Guevara. Veel mensen van deze verlaten streek zijn pas in de afgelopen paar jaar beginnen praten, twintig jaar lang hebben schrik en de fysieke aanwezigheid van leger-eenheden hen de mond gesnoerd.
"Op 27 september 1967 zijn de guerrillero's in het dorp gekomen. In de voormiddag was er een gevecht geweest. Ze kwamen met 22, drie waren gesneuveld. Toen ze in La Higuera verschenen is iedereen gaan lopen. We hadden schrik van hen. Che Guevara was er niet bij. ledereen sprak over hem, maar we hadden hem nooit gezien. Hij was als een schim, en we wisten niet eens of hij wel echt bestond. Later werd er verteld dat hij die avond was gezien in Abra del Picacho, een dorp hier een eindje verder. Hij heeft er Chicha-bier gedronken, en de inwoners toegesproken."
"We deden er verkeerd aan om voor de guerillero's te gaan lopen", zegt Lino Carisales ootmoedig. "Het was de propaganda van het leger die ons tegen hen opstookte. Het was het leger dat hen zwart maakte. Je moet goed weten, in die tijd lag er in elk dorp een legereenheid. De kapitein maakte bij ons het mooi weer. Hij zei wat we moesten denken."
"Hadden we maar naar de guerrilla geluisterd", meent Lino Carisales. "Als Che niet gesneuveld was, zouden wij het nu veel beter hebben. Hij bracht ons de goede boodschap, maar wij hebben hem niet willen horen. Twee weken nadat zijn mannen in La Higuera kwamen, werd hij gevangen genomen. Ik heb hem gezien, twee uur heeft hij op de grond gelegen, hier voor dit huis. ik zeg u: hij was Jezus Kristus, maar wij hebben zijn boodschap afgewezen."

Heilige

Het is marktdag in La Higuera, letterlijk "de vijgeboom." 24 gezinnen wonen er in dit dorp, nog geen 200 mensen. Op ezels en paardjes zijn een paar honderd mensen uit de omliggende bergdorpen naar hier afgezakt op een kleurrijke open luchtmarkt. Onder een afdakje van palmblaren schenkt Laura Flores (50) koel bier, en iets wat moet doorgaan voor een hoogtepunt van de plaatselijke gastronomie. "El Commandante Che was een heilige", zegt Laura Flores met de heftigheid van iemand die geen tegenspraak duldt. Zes kinderen heeft ze, van 17 tot 30 jaar. Nooit heeft San Ernesto, zoals ze Guevara noemt, haar in de steek gelaten. Iedere keer als ze zwanger is, roept ze de hulp in van God, via de voorspraak van Che. "Hij was toch een dokter? En hij hielp de mensen, nooit heeft daar een peso voor gevraagd. Zelfs voor eten of kleding betaalden de guerrillero's. Ooit al zoiets gehoord van het leger? Die pakken wat ze kunnen krijgen."
Op tientallen huizen in La Higuera staat in het rood de karakteristieke kop geschilderd van Guevara, met daarboven "Che Vive" of een verwijzing naar de 25ste verjaardag. "Patria o Muerte" werd er hier en daar gekalkt. En op een ander huis: "Hasta la Victoria Final". Elders staat een lange geloofsbelijdenis geschilderd, in een rechtstreekse aanspreekvorm tot Guevara. De tekst eindigt met: "Tu vida fue la Libertad y tumuerto ...". De laatste woorden zijn onleesbaar geworden. Op een huis heeft iemand geprobeerd de geschilderde slogan te verwijderen.
Annibal Quiroga, een 67-jange inwoner van La Higuera, brengt ons naar de vallei waar de Boliviaanse guerrilla dood bloedde, een goeie kilometer buiten het dorp. Beneden stroomt de Rio Yuro. Op een open vlek die ter plaatse Quebrada del Churro wordt genoemd, werden Guevara en twee medestrijders gevangen genomen. Er groeien een beetje maïs, en met moeite schieten er een paar rijen aardappelen uit de kurkdroge grond. Ondanks de hoogte van bij de 3,000 meter is het heet. Het land is vooral onvoorstelbaar bar en eenzaam.
"Het was kort voor de middag, op 8 oktober 1967", vertelt Annibal Quimga. "Er was een treffen met het leger, vier guerrillero's waren gedood. Drie werden gewond: twee ondersteunden elkaar en de derde werd vastgehouden door twee Rangers. Ik herkende hem, het was Che. Ik heb hem te voet zien voorbij komen, zij kwamen langs mijn huis. Guevara was slechts licht gewond."

Onwezenlijk

De guerrillaleider naar wie met de hulp van CIA en "Groene Baretten" een half jaar lang een klopjacht was gehouden, werd gevangen gezet in het schooltje van La Higuera, vandaag omgevormd tot een dispensarium - met geldelijke steun van Cuba, zeggen de inwoners. "Met tientallen stonden we in de deuropening naar hem te kijken", zegt Annibal Quiroga, die beweert dat de soldaten hem bedreigden met ombrengen, voor het geval hij zou spreken.
"De kommandant was gebonden en zat op de grond", vertelt Quiroga. "Hij vroeg naar de onderwijzeres, Julia Cortez, aan wie hij zei dat er een schrijffout op het bord stond. Guevara vond dat het klaslokaatje eruit zag als een gevangenis, en dat zoiets in Cuba niet meer bestond." Quiroga zegt dat het tafereel iets onwezenlijks had.
Tegen 20u werd Guevara volgens deze getuige bij kolonel Selich gebracht. "Hoe maakt u het, kommandant", vroeg de Boliviaanse officier. "Zoals je ziet", zou Che geantwoord hebben. "Zo lang hebben jullie mij gezocht. Nu hebben jullie mij." En tot de soldaten, nog steeds in de versie van Quiroga: "ik weet dat jullie mij zullen doden. Ik vraag jullie te mikken op de goede plaats - recht in het hart." In zijn memoires "Shadow Warrior" vertelt de Cubaanse CIA-medewerker Félix Ramón Medina, alias Félix Ramos, alias Max Gómez, hoe hij die nacht Che Guevara een laatste keer verhoord heeft in het schooltje van La Higuera.
Tegen de ochtend werd aan de generaal gevraagd, volgens Quiroga, of Guevara eten mocht krijgen. "Ik heb hem zelf zijn laatste maal gebracht: papa's, maïs, trigo, cebada. Het eten was bereid door señora Nimfa Aneaga, ze is sedertdien verhuisd naarSanta Cruz."
Daarna ging ik naar huis", vertelt Quiroga. "En toen hoorde ik de schoten. Ik wist dat hij zou gedood worden, op de radio was al omgeroepen dat hij in een gevecht met het leger was gesneuveld." Naast een scherm waarachter nu patiënten worden verpleegd, toont vandaag een verpleger in het lege dispensarium de hoek waarin sergeant Terán de dodelijke schoten afvuurde. In het ziekenkamertje zijn twee herdenkingsplaten ingemetseld die herinneren aan de executie.
In een helikopter werd het lichaam nog dezelfde dag overgevlogen naar het lijkhuisje bij het ziekenhuis van Valle Grande, met 7.500 inwoners het grootste centrum in een straal van 100 km. Een aantal jour- nalisten van de intemationale pers kon daar het lijk zien. Sedertdien is het spoorloos. Nadat de legerleiding afzag van het voornemen om als onomstotelijk bewijs van zijn overlijden het hoofd van Guevara te houwen, werden zijn handen afgekapt en bewaard op formol.

Soft porno

Een kwarteeuw na de dood van Castro's rechterhand is er in Bolivië een nieuwe guerilla aktief die het vooralsnog op niet veel meer heeft gemunt dan op de hoogspanningslijnen. De belangrijkste leiders zijn trouwens alweer aangehouden.
In plaats van de revolutionaire Che-mutsen dragen de inwoners van La Higuera vandaag helle, Amerikaanse zonnepetten. In plaats van revolutionaire slogans hangen in de dorpen van de oostelijke Cordillera vooral flauwe pin-up-girls en soft-porno-posters. En in plaats van aan een guerrillaleider geeft het volk vandaag zijn vertrouwen aan de populistische presidentskandidaat Max, de koning van het Boliviaanse bier.
Wat echter niet is veranderd, is de blijvende oorlog tussen het volk en het leger. Iedere keer als de inwoners van La Higuera een nieuw monument oprichten voor Che Guevara, wordt het neergehaald door het leger. Telkens het leger daarop een monument optrekt voor zijn gesneuvelde soldaten, wordt het bij de eerste gelegenheid kapot geslagen door de inwoners van La Higuera.
In het midden van het dorp staat thans weer een bescheiden buste van Che. Voor hoelang nog? "Che Tus Ideas no han muerto", staat onder het borstbeeld geschreven. Het zijn ideeën die het nog wel enige tijd zullen doen in een land waar in sommige gebieden één kind op vier sterft vóór de leeftijd van vijf en waar de levensverwachting van een man is beperkt tot 48,95 jaar.


Mon Vanderostyne
La Higuera
Woensdag 04 augustus 1993